30 jaar Schadegarant: Terugblik met Pim Hielkema – Autoschade Herstel WIBU

Wiebke Eijsvogels

Wiebke Eijsvogels

Marketing & Communicatie Manager

Op 29 november 2022 was het 30 jaar geleden dat Schadegarant werd opgericht. Die mijlpaal vieren wij de komende 12 maanden samen met onze partners. Deze maand halen we herinneringen op met Pim Hielkema van Autoschade Herstel WIBU. Pim neemt ons mee terug naar de jaren 60 als hij vertelt over hoe hij het autoschadeherstelvak in groeide. Wij smulden van zijn verhalen over die beginjaren toen er nog nauwelijks (milieu)regels waren en de oprichting van Schadegarant hem bijna de kop kostte.

We ontmoeten Pim op zijn bedrijf, Autoschade Herstel WIBU, dat gevestigd is aan de Platinaweg op het Haagse industrieterrein Kerketuinen. In zijn opvallend klassiek ingerichte kantoor, trakteert hij ons op gebakjes bij de koffie. ‘Dat hoort erbij want dit gesprek is bedoeld om gezamenlijk de 30-ste verjaardag van Schadegarant te vieren.’ aldus Pim. En dat klopt helemaal. Wij stellen dan ook voor om bij het begin te beginnen en vragen Pim hoe hij eigenlijk in de autoschadeherstelbranche terecht is gekomen. Daarop haalt hij een schilderij van de muur waar drie bedrijven op afgebeeld zijn en begint te vertellen.

1967: Haagse Automobiel Club

Als 15-jarige jongen zat Pim op de technische school en had hij een stageplek nodig. Via een buurman kwam hij bij de Haagse Automobiel Club (HAC) op de Binkhorstlaan in Den Haag terecht. De eigenaar van de werkplaats ontfermde zich een beetje als een soort vaderfiguur over zijn jonge leerling. Zij bleken een goed klik met elkaar te hebben en mede daardoor is Pim daar uiteindelijk 9 jaar blijven hangen. Later heeft hij ook nog jaren in het bestuur van de HAC gezeten. Door de veranderingen in de wereld van de mobiliteit is de HAC onlangs, op 31 december 2022, gestopt als vereniging.

Prehistorisch

De HAC was opgericht door een assurantietussenpersoon die iets wilde doen om de kosten voor zijn klanten laag te houden. Voor ongeveer een tientje kon je lid worden en dan zelf aan je auto sleutelen of dat laten doen tegen een gereduceerd tarief en met korting op de onderdelen. Pas later kwam daar ook schadeherstel bij. ‘Maar dat moet je écht heel erg prehistorisch zien hoor! Een gespecialiseerde opleiding voor autoschadeherstel was er toen niet. Je deed eigenlijk maar wat.’ vertelt Pim. Monteurs deden gewoon alle werkzaamheden. Van sleutelen tot plaat- en spuitwerk. Gedreven door het werkaanbod, ontwikkelden zij zich in een bepaalde richting. Voor Pim was dat autoschade want daar moest je ook wel een beetje meer durf voor hebben.

Cellulose lak

Auto’s werden in die tijd nog gespoten met cellulose lak. Pim: ‘Dat was een 1-laagssysteem, eigenlijk vergelijkbaar met nagellak, waar geen blanke lak overheen ging.’ Deze lak droogde mat op en moest daarna gepoetst worden. Autobedrijven hadden altijd een aantal poetsers in dienst die voor de glans moesten zorgen. Het was ook heel gebruikelijk dat een klant om de zoveel tijd terug kwam om alleen zijn auto te laten poetsen. Dat ging toen allemaal nog met de hand. Speciale machines waren er niet. Het voordeel van deze lak was dat het weinig uitmaakte onder welke omstandigheden het gespoten werd. Stof en oneffenheden konden er later gemakkelijk uitgepoetst worden.

1976: Pakhuis in de Schilderswijk

Omdat Pim graag naar de MTS wilde, werkte hij overdag bij de HAC en ging hij ’s avonds naar school. Door al dat werken ontwikkelde hij zich snel en kreeg hij steeds meer klussen aangeboden. Op zijn 24e besloot hij, met inmiddels zijn MTS-diploma op zak, voor zichzelf te beginnen. Het lukte Pim om zijn eigen ‘pakhuis’ te huren in de Spionkopstraat aan de rand van de Haagse Schilderswijk. Pakhuis is een (waarschijnlijk) Haags woord voor zo’n garagebox met een roldeur die je tegenwoordig ook wel bij zzp-ers ziet. Zijn kersverse bedrijf kreeg de naam Autoschade Hielkema.

Zonder spuitcabine

In het pakhuis had Pim natuurlijk geen spuitcabine. Spuiten deed hij daar wel, maar dat kon niet voor alle klussen. ‘Een zijkantje deed ik bijvoorbeeld wel. Dan maakte ik vooraf de vloer kletsnat om stof tegen te gaan. Maar een motorkap kon ik daar écht niet spuiten.’ Hij huurde dan een spuitcabine in de binnenstad en reed daar dan gewoon met die auto, zonder koplampen en de motorkap met een ijzerdraadje dichtgebonden, naartoe. De politie zei dan wel eens: ‘Pim, kijk je een beetje uit?’, maar meer ook niet. Dat werd in die tijd nog door de vingers gezien, ook omdat ze Pim wel kenden.

Herstel in 3 sessies

Toen de cellulose lak plaats maakte voor synthetische lak, werd spuiten zonder een spuitcabine lastig. Schadeherstellers kregen daardoor steeds meer behoefte aan een (eigen) spuitcabine. Het gebrek aan spuitcabines in die jaren zorgde ervoor dat het normaal was dat het herstel van een auto in drie sessies gebeurde. In de eerste week bracht de klant de auto voor de uitdeukwerkzaamheden. Er werd dan wat grondverf op de uitgedeukte delen gespoten zodat de auto wel gewoon gebruikt kon worden. De week daarop bracht de klant de auto opnieuw en dan werd het plaatwerk strak gemaakt en ook weer in de grondverf gezet. Nog een week later kon de auto voor het spuitwerk gebracht worden. Herstellers die in het bezit waren van een verwarmde, meestal olie gestookte, spuitcabine konden door de opkomst van de synthetische lak van gemiddeld 2 tot 3 auto’s per dag spuiten, opschalen naar gemiddeld 4 tot 5 auto’s per dag. De droogtijden liepen terug van minimaal 4 uur voor cellulose lak, naar slechts 45 minuten in een cabine op een temperatuur van 40 tot 50 graden voor synthetische lak. De stookkosten kwamen er dus bij, maar er hoefde niet meer gepoetst te worden.

1984: Paardenstallen in Scheveningen

Naarmate het werkaanbod verder groeide wilde Pim natuurlijk graag naar een groter pand waar hij ook al het spuitwerk kon doen. Hij kocht de oude Fiatgrage aan de Seinpoststraat in Scheveningen. Een groot pand waar  vroeger paarden in gestald stonden. In het midden was er een door een grote lichtkoepel overdekte binnenplaats waar alle paardenboxen omheen gebouwd waren. Dat werkte prima.

Klachten van de buren

In een paardenbox paste met gemak een auto, dus bouwde Pim er een om tot een spuitcabine. Gewoon met een deur ervoor en een grote ventilator in de muur naar buiten. Pim: ‘Als je daar ging spuiten, maakte je eerst de vloer en de muren nat en ging je daarna aan het werk. Soms zag het blauw van de spuitdampen en dan zette ik de buitendeur open om te ventileren.’ Dat leidde nog wel eens tot klachten van de buren over stankoverlast. Maar milieuregels waren er in die tijd niet. Voor de deur aan een auto sleutelen deed toen iedereen. Ook olie verversen werd bijvoorbeeld op straat gedaan.

Sponsoring

Een gasaansluiting had niemand in die tijd. De spuitcabine werd dan ook op olie warm gestookt. Maar als de mengverhouding tussen de olie en lucht niet optimaal was, kwam er een ongelofelijk smerige roet uit de pijp die op het dak van het bedrijf stond. Op de naastgelegen tennisbanen werden ze daar niet vrolijk van. De pijp roette soms zo erg dat het neersloeg op hun hagelwitte shirtjes. Hielkema Autoschade sponsorde dan ook niet voor niets het internationale toernooi dat deze tennisclub jaarlijks organiseerde.

Spannende tijden

Na een aantal jaren zo gewerkt te hebben, begon ook het pand in Scheveningen te klein te worden voor het alsmaar groeiende werkaanbod. Dus begon Pim plannen uit te werken om een heel nieuw pand te laten bouwen op de Zilverstraat in Den Haag. Dat er vervolgens een ontzettend spannende tijd aanbrak voor Autoschade Hielkema, heeft alles te maken met de oprichting van Schadegarant eind november 1992.

Pim aan het werk in de houten spuitcabine in Scheveningen

1993: Aansluiting bij Schadegarant

De bouwplannen voor een nieuw schadebedrijf liepen zo ongeveer gelijktijdig met de oprichting van Schadegarant. Dat kwam goed uit, dacht Pim. Hij had toen al wel in de gaten dat Schadegarant echt een instituut was en kon de sturing vanuit verzekeraars heel goed gebruiken om zijn nieuwe, veel grotere, werkplaats straks vol te krijgen. Het nieuwe, hypermoderne pand zou over ongeveer een jaar klaar zijn. Hij stond te popelen om daar aan de slag te gaan.

Keihard

Als je voor de Schadegarantverzekeraars wilde werken, kon je dat destijds met een brief aan de secretaris van Schadegarant kenbaar maken. De secretaris beoordeelde in het begin alle aanvragen van schadeherstelbedrijven nog helemaal in zijn eentje. Daartoe ging hij ook zelf bij de bedrijven langs om de locatie te bekijken en met de ondernemer in gesprek te gaan over de condities. Zo ging het dus ook toen Pim zijn bedrijf in 1993 aanmeldde. Hij weet nog heel goed dat de secretaris van Schadegarant bij hem langskwam. Er was iemand van de FOCWA gekomen om Pim te helpen. Maar ondanks die hulp, lukte het Pim niet om de secretaris te overtuigen dat hij echt alles geregeld had voor bedrijfspand dat binnenkort gebouwd zou worden. Zijn aanvraag werd keihard afgewezen want het huidige pand in Scheveningen voldeed niet aan de eisen.

Paniek

Tja, wat doe je dan? Pim vertelt dat hij toch wel een beetje in paniek raakte. Hij moest nu iets doen om zijn bedrijf te redden. Dus ging hij op zoek naar het directe telefoonnummer van de secretaris van Schadegarant. Zodra hij dat wist te bemachtigen, belde hij hem meteen op. Het werd een emotioneel gesprek waarin Pim nogmaals wanhopig duidelijk maakte dat hij maar één kans had. Als hij die niet kreeg was zijn nieuwe bedrijf, waarvoor hij alle voorbereidingen al had getroffen, eigenlijk op voorhand al failliet was. Samen met zijn vrouw schreef hij ook nog een mooie brief aan de secretaris.

Frisse verflaag

Het was een enorm spannende tijd want de secretaris van Schadegarant liet zich niet overtuigen. Tot op een zeker moment ineens de telefoon ging. Het was de secretaris en die zei: ‘Nu moet je goed luisteren, Pim. Ik heb besloten dat je erbij zit, maar als je erover gaat praten dan gooi ik je er meteen weer uit. Dus: mond dicht.‘

Dit bericht betekende de redding van zijn bedrijf, wat een enorme opluchting! Pim lacht: ‘Dit vergeet ik echt mijn hele leven niet!‘ Wel moest hij voor Schadegarant zijn huidige pand nog even van een frisse laag verf voorzien. Dat was natuurlijk weggegooid geld, maar hij had geen keus. En zo gebeurde het dat Autoschade Hielkema al vanaf de start van Schadegarant meedeed. Bij de opening van het nieuwe pand was niet alleen de burgermeester aanwezig, ook de secretaris van Schadegarant was van de partij. Die heeft nog een mooi woordje gesproken voor de gasten.

De werkplaats in Scheveningen

1994: Nieuwbouw Kerketuinen

In het nieuwe pand aan de Zilverstraat ging Pim onder de naam Autoschadeherstel Den Haag werken. Voordat de eerste paal de grond in ging, leek alles – inclusief de aansluiting bij Schadegarant – top geregeld. Het slaan van de eerste paal werd dan ook omlijst met een feestje om alvast wat publiciteit te genereren.

Om de hoek

De start in het nieuwe pand verliep niet helemaal zoals Pim het vooraf bedacht had. Een concurrerend schadeherstelbedrijf, Autoschade WIBU genaamd, ging zich bij hem om de hoek vestigen. Hemelsbreed op een afstand van zo’n 200 meter. Dit bedrijf bouwde een pand aan de Platinaweg. Precies op de aanrijroute naar het nieuwe bedrijfspand van Pim. De kans dat klanten het bedrijf van Pim nog gingen vinden was daardoor ineens heel klein geworden. Hij wist dus wat hem te doen stond en ging keihard aan de bak om nieuwe klanten binnen te halen. Dat moest sowieso wel, want het nieuwe pand was veel groter dan het pand in Scheveningen. Maar deze onverwachte concurrentie maakte dat Pim fanatieker werd dan ooit.

Besturen

In het nieuwe pand ontwikkelde Pim zich, deels dus noodgedwongen, meer en meer als manager. Hij spoot steeds minder auto’s zelf en hield zich voornamelijk bezig met het binnenhalen en -houden van klanten. Daarbij richtte hij zich vooral op de assurantiekantoren bij hem in de buurt want daar kwamen de schades binnen. Omdat schade in de basis negatief is, probeerde Pim dat voor zijn klanten wat positiever te maken. Door ze optimaal te ontzorgen, lukte het hem om hierin onderscheidend te zijn. Ondertussen richtte Pim, samen met zijn vrouw Petra en 2 partners, de franchise-schadeketen ASN op en nam hij plaats in het bestuur van de FOCWA. Toen hij stopte met ASN, richtte hij samen met Petra en 2 collega’s de coöperatieve schadeketen AHGN (nu AHG) op waar hij op dit moment nog steeds een bestuursfunctie bekleedt.

Mengmachine

Ontwikkelingen op het gebied van autolakken hebben door de jaren heen veel impact gehad op de werkprocessen van schadeherstelbedrijven. Ditzelfde geld voor de kleuren. Die werden steeds moeilijker en zeer trendgevoelig. Vroeger waren er geen kleurrecepten en moest het herstelbedrijf voor elk merk bij een aparte leverancier een halve of hele liter gekleurde lak inkopen. Daardoor hadden herstelbedrijven grote hoeveelheden lak op voorraad. Dat nam niet alleen veel ruimte in beslag, maar was ook een kostbare investering. De komst van de kleurrecepten zorgden dat die voorraden verminderden, maar voor elke kleur was het schadeherstelbedrijf nog wel afhankelijk van de kleurmaker bij de lakleverancier. ‘Daar ging je dan met een tankklepje naartoe om de juiste kleur te laten maken.‘ legt Pim uit.

Later kwamen er mengmachines beschikbaar voor schadeherstelbedrijven. Destijds was dat revolutionair. De autospuiter kon nu zelf aan de hand van de recepten de kleuren gaan maken én, waar nodig, verbeteren. Zo kreeg hij veel meer grip op het eindresultaat en kon hij zelf de hoeveelheden bepalen. Dit betekende dat er nog maar 20 tot 30 basiskleuren nodig waren en er geen lakvoorraden meer ingekocht hoefden te worden. Ook kon er voortaan voor één lakmerk gekozen worden.

1998: Autoschade WIBU

Pim en zijn buurman kochten hun lakken bij dezelfde lakleverancier en hadden daarvoor ook dezelfde contactpersoon. Op die manier kwam hem op enig moment ter ore dat zijn buurman het zat was en Autoschade WIBU wilde verkopen. Via hun gemeenschappelijke contactpersoon bij de lakleverancier heeft Pim toen aangegeven geïnteresseerd te zijn om het bedrijf over te nemen. Hij vult aan: ‘De uiteindelijke deal voor de overname kwam tot stand via de voor ons bekende en zeer deskundige directeur van onze lakfirma BASF, de heer Syp Mastenbroek.’ Zo kwam het dat Pim vanaf 1998 twee schadebedrijven bezat, beide aangesloten bij Schadegarant.

Twee panden

In de periode dat Pim vanuit twee panden werkte werd nog duidelijker hoeveel impact een goede aanrijroute voor een bedrijf heeft. ‘Mensen stoppen hier en rijden niet de hoek om.’ legt hij uit. Dus ging hij op een gegeven moment de klanten ontvangen op de Platinaweg (bij Autoschade WIBU) en het pand op de Zilverstraat (Autoschade Den Haag) fungeerde alleen nog als werkplaats.

Rustiger aan

Met het verstrijken der jaren besloot Pim om het wat rustiger aan te doen. Hij verhuurde zijn pand aan de Zilverstraat aan een niet concurrerend garagebedrijf en ging verder in het pand op de Platinaweg. Hij vindt het zo helemaal prima gaan en denkt er, ondanks zijn leeftijd, niet aan om te stoppen. Daar is hij het type mens niet voor.

Schadegarant: een unieke samenwerking

Als wij Pim vragen om 30 jaar Schadegarant in een paar woorden samen te vatten, zegt hij dat hij Schadegarant altijd heeft gezien als een van zijn werkgevers: ‘De assurantietussenpersoon zit er natuurlijk wel tussen, maar het is voor mij een ultieme methodiek van samenwerken tussen de verzekeraar, assurantieadviseur, hersteller en klant.’ Schadegarantverzekeraars werken met de naturapolis waarbij een verzekerde geen geld, maar een herstelde auto ontvangt. Op die manier was Pim af van klanten die alsmaar probeerden om er nog wat vanaf te krijgen of bij het ophalen in 3 termijnen, of zelfs helemaal niet, wilden betalen.

Verder vindt hij het prettig dat Schadegarant de afgelopen jaren erg veranderd is in de manier van aanspreken. ‘Tuurlijk, de schadeherstellers waren vroeger ook echt wel cowboys.’ geeft Pim lachend toe. ‘Het zijn toch vaak technische mensen die tegenspraak lastig vinden en bemoeienis met de reparatie, zowel technisch als financieel maar moeilijk kunnen accepteren. Toch is dit in de loop der jaren van beide kanten uit veranderd. Nu hebben we overleg op gelijkwaardig niveau, als mensen.

Terugkijkend vindt Pim dat Schadegarant sterk heeft bijgedragen aan de professionalisering van de autoschadeherstelmarkt: ‘Er is nu een duidelijke splitsing tussen het reguliere en hogere segment. Nogmaals, het gaat om onze gezamenlijke klant. Die moet goed, vriendelijk en deskundig geholpen worden. In aanname, reparatie en daarbij in overleg met partijen. Professioneel door deskundig opgeleide vakmensen, voor een eerlijke prijs en zo duurzaam mogelijk!‘ Pim vindt dat Schadegarant daar op een professionele en deskundige manier aan bedraagt.

Logo_20181022_NN_rgb_fc
20221107_OHRA_Logo_LR (1)
Logo_AAV
Logo-a.s.r.-2024-RGB-schaduw lage resolutie
a.s.r-ik-kies-zelf - vierkant-RGB
De Goudse Verzekeringen_Logo_2024_RGB
Logo_De Zeeuwse
Logo_Ansvar
MSIG_Europe_standard_RGB_jpg
TVM Verzekeringen (209)
Logo_SomLogo
Logo-google-KB
Mercurius_Logo+Vlak_DP_rgb
Rhion

Voordelen

Ontdek de voordelen voor consumenten

Een lager of geen eigen risico
Altijd een hoogwaardig bedrijf in de buurt
Gegarandeerde herstelkwaliteit
4 jaar garantie

Ruitschade? Vind een herstelbedrijf bij u in de buurt

Zoek een bedrijf